La nature
[gender: feminine]
01
natuur, natuurlijke omgeving
ensemble des éléments vivants et non vivants qui forment le monde naturel
Voorbeelden
Ils respectent beaucoup la nature.
Ze hebben veel respect voor de natuur.
02
natuur, wezen
caractéristique fondamentale ou essence d'une chose
Voorbeelden
La nature humaine est parfois difficile à définir.
De menselijke natuur is soms moeilijk te definiëren.
nature
01
natuurlijk, eenvoudig
sans ajout ni saveur, simple
Voorbeelden
Je préfère le fromage nature, pas aromatisé.
Ik geef de voorkeur aan kaas natuurlijk, niet gearomatiseerd.



























