Le mouvement
[gender: masculine]
01
beweging, verplaatsing
déplacement ou changement de position d'un corps
Voorbeelden
Le danseur a des mouvements très gracieux.
De danser heeft zeer gracieuze bewegingen.
02
beweging, organisatie
groupe organisé poursuivant un but commun
Voorbeelden
Ce mouvement politique a changé le pays.
Deze politieke beweging heeft het land veranderd.



























