La marée
[gender: feminine]
01
getij, eb en vloed
mouvement périodique de montée et descente du niveau de la mer
Voorbeelden
La marée montante a recouvert la plage rapidement.
Het tij bedekte snel het strand.
02
menselijke vloed, menselijke golf
grande foule en mouvement qui ressemble aux vagues de la mer
Voorbeelden
Nous étions pris dans une marée humaine impossible à contourner.
We zaten vast in een onstuitbare menselijke vloedgolf.
03
verse zeevruchten, verse zeeproducten
produit frais de la mer destiné à la consommation
Voorbeelden
Je vais acheter de la marée pour préparer une bouillabaisse.
Ik ga verse zeevruchten kopen om een bouillabaisse te bereiden.



























