Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La manche
01
mouw, mouw
partie d'un vêtement qui couvre le bras
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
manches
Voorbeelden
Les manches de cette chemise sont trop longues.
De mouwen van dit shirt zijn te lang.
02
ronde, beurt
partie d'une compétition ou d'un tournoi qui forme une unité complète
Voorbeelden
La première manche du tournoi commence demain.
03
handvat, heft
partie d'un outil ou instrument qu'on tient avec la main
Voorbeelden
Le manche du couteau est en bois.
Het handvat van het mes is van hout.
La Manche
01
Het Kanaal, Engelse Kanaal
bras de mer séparant la France et l'Angleterre
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
ontelbaar
geslacht
vrouwelijk
eigennaam
Voorbeelden
Nous avons traversé la Manche en ferry.
We staken het Kanaal over met de veerboot.



























