Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La maladie
01
ziekte, aandoening
trouble du corps ou de l'esprit qui empêche de fonctionner normalement
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
maladies
Voorbeelden
La grippe est une maladie très contagieuse.
Griep is een zeer besmettelijke ziekte.
02
obsessie, manie
passion excessive ou comportement exagéré pour quelque chose
Voorbeelden
Il a la maladie du travail, il ne s'arrête jamais.
Hij heeft de ziekte van het werk, hij stopt nooit.



























