la maison
maison
mɛzɔ̃
mezaw

Definitie en betekenis van "maison"in het Frans

01

huis, woning

bâtiment où vivent une ou plusieurs personnes 
la maison definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
maisons
Voorbeelden
Nous habitons dans une grande maison avec jardin. 

We wonen in een groot huis met een tuin.

02

gezin, huishouden

les habitants d'un même foyer, une famille ou les membres d'un même groupe domestique 
la maison definition and meaning
Voorbeelden
Toute la maison s'est réveillée en même temps. 

Het hele huis werd tegelijkertijd wakker.

03

bedrijf, firma

entreprise, société commerciale, ou bureau professionnel 
la maison definition and meaning
Voorbeelden
Elle travaille dans une grande maison de couture. 

Ze werkt in een groot modehuis.

01

zelfgemaakt, thuis gemaakt

qui appartient à la maison ou à la famille, ou qui se fait chez soi 
maison definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
relationeel
niet gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
maison
mannelijk meervoud
maison
vrouwelijk enkelvoud
maison
vrouwelijk meervoud
maison
Voorbeelden
Ce gâteau est une recette maison. 

Deze taart is een zelfgemaakt recept.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store