Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La main
01
hand
partie du corps à l'extrémité du bras, avec cinq doigts
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
mains
Voorbeelden
Il a une coupure à la main.
Hij heeft een snee aan zijn hand.
02
hand, kaarten in hand
ensemble de cartes que quelqu'un a pendant un jeu
Voorbeelden
Il a une bonne main au poker.
Hij heeft een goede hand in poker.



























