limer
01
vijlen, met een vijl bewerken
façonner ou polir une surface dure avec une lime
Voorbeelden
Ils limaient les bords du tuyau toute la matinée.
Ze vijlden de randen van de buis de hele ochtend.
02
vijlen, zich de nagels vijlen
polir ou raccourcir ses ongles
Voorbeelden
Je me suis limé les ongles avant le rendez-vous.
Ik heb mijn nagels gevijld voor de afspraak.



























