Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
intégrer
01
opnemen, integreren
ajouter un élément à un ensemble de manière cohérente
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
intègre
1e persoon meervoud
intégrons
1e persoon toekomende tijd
intégrerai
onvoltooid deelwoord
intégrant
voltooid deelwoord
intégré
1e persoon meervoud imperfectum
intégrions
Voorbeelden
Intégrez l' huile petit à petit pour la mayonnaise.
Integreer de olie langzaam voor de mayonaise.
02
slagen voor het toelatingsexamen, de toelatingsproef halen
réussir un concours ou examen pour entrer dans une institution
Voorbeelden
Seuls 10 % intègrent cette grande école.
Slechts 10% komt in deze grote school.
03
zich aanpassen, integreren
s'adapter à un environnement
Voorbeelden
Les enfants s' intègrent bien à l' école.
De kinderen integreren goed op school.



























