infuser

Definitie en betekenis van "infuser"in het Frans

infuser
01

laten trekken, infuseren

laisser du thé, des herbes ou des plantes dans de l'eau chaude pour que la saveur se diffuse
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
infuse
1e persoon meervoud
infusons
1e persoon toekomende tijd
infuserai
voltooid deelwoord
infusé
1e persoon meervoud imperfectum
infusions
Voorbeelden
Le chef fait infuser du romarin dans l' huile d' olive.
De chef laat rozemarijn in olijfolie trekken.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store