Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
gouverner
01
regeren, besturen
diriger un pays ou un territoire, exercer le pouvoir politique
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
gouverne
1e persoon meervoud
gouvernons
1e persoon toekomende tijd
gouvernerai
onvoltooid deelwoord
gouvernant
voltooid deelwoord
gouverné
1e persoon meervoud imperfectum
gouvernions
Voorbeelden
Les rois gouvernaient autrefois sans élections.
De koningen regeerden vroeger zonder verkiezingen.
02
sturen, leiden
diriger ou orienter une action, un groupe ou un projet
Voorbeelden
Le professeur gouverne la discussion en classe.
De leraar bestuurt de discussie in de klas.



























