Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
gober
01
slikken, doorslikken
avaler quelque chose très vite, sans prendre le temps de mâcher
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
gobe
1e persoon meervoud
gobons
1e persoon toekomende tijd
goberai
voltooid deelwoord
gobé
1e persoon meervoud imperfectum
gobions
Voorbeelden
Le bébé a gobé son biberon sans protester.
De baby heeft zijn fles zonder protest doorgeslikt.
02
slikken, blind geloven
accepter une idée ou une histoire sans réfléchir
Voorbeelden
Les enfants gobent les histoires de fantômes.
De kinderen slikken de spookverhalen.



























