Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La famille
01
familie, verwanten
ensemble de parents et enfants ou proches apparentés
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
familles
Voorbeelden
La famille s' est réunie pour célébrer l' anniversaire des grands - parents.
De familie kwam bijeen om de verjaardag van de grootouders te vieren.
02
familie, taxonomische familie
rang scientifique situé entre l'ordre et le genre, regroupant des espèces similaires
Voorbeelden
Les biologistes étudient les relations au sein d' une famille d' animaux.
Biologen bestuderen de relaties binnen een familie van dieren.



























