Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
emmener
01
meenemen, brengen
prendre quelqu'un avec soi pour aller quelque part
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
emmène
1e persoon meervoud
emmenons
1e persoon toekomende tijd
emmènerai
onvoltooid deelwoord
emmenant
voltooid deelwoord
emmené
1e persoon meervoud imperfectum
emmenions
Voorbeelden
Elle emmène toujours son chien quand elle voyage.
Ze neemt altijd haar hond mee als ze reist.



























