Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
désoler
01
bedroeven, verdrietig maken
causer de la tristesse ou de la peine à quelqu'un
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
désolé
1e persoon meervoud
désolons
1e persoon toekomende tijd
désolerai
onvoltooid deelwoord
désolant
voltooid deelwoord
désolé
1e persoon meervoud imperfectum
désolions
Voorbeelden
Cela me désolé que tu sois malade.
Het bedroeft me dat je ziek bent.



























