dénoncer
dénoncer
denɔ̃se
denawse
défoncerdénommer

Definitie en betekenis van "dénoncer"in het Frans

dénoncer
01

aangeven, melden

révéler ou signaler un acte, souvent pour avertir l'autorité ou mettre en lumiÚre une injustice 
dénoncer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
dénonce
1e persoon meervoud
dénonçons
1e persoon toekomende tijd
dénoncerai
onvoltooid deelwoord
dénonçant
voltooid deelwoord
dénoncé
1e persoon meervoud imperfectum
dénoncions
Voorbeelden
Il a dénoncé le vol à la police. 

Hij meldde de diefstal bij de politie.

02

opzeggen, beëindigen

mettre fin officiellement à un accord, un contrat ou un traité 
dénoncer definition and meaning
Voorbeelden
Le gouvernement a dénoncé le traité international. 

De regering heeft het internationale verdrag opgezegd.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store