Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
démanger
01
jeuken, jeuk veroorzaken
ressentir une irritation qui donne envie de se gratter
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
toestandswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
démange
1e persoon meervoud
démangeons
1e persoon toekomende tijd
démangerai
onvoltooid deelwoord
démangeant
voltooid deelwoord
démangé
1e persoon meervoud imperfectum
démangions
Voorbeelden
La réaction allergique fait démanger tout le corps.
De allergische reactie zorgt ervoor dat het hele lichaam jeukt.
02
jeuken, verlangen
avoir envie ou ressentir un désir pour quelque chose
Voorbeelden
Je démange de lui dire la vérité.
Ik jeuk om hem de waarheid te vertellen.



























