Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
décliner
01
afnemen, verzwakken
s'affaiblir, diminuer progressivement
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
toestandswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
décline
1e persoon meervoud
déclinons
1e persoon toekomende tijd
déclinerai
onvoltooid deelwoord
déclinant
voltooid deelwoord
décliné
1e persoon meervoud imperfectum
déclinions
Voorbeelden
Sa santé a décliné après la maladie.
Zijn gezondheid verslechterde na de ziekte.
02
afwijzen, weigeren
dire non à une proposition , une invitation ou une offre
Voorbeelden
Elle a décliné l'invitation à la fête.
Ze heeft de uitnodiging voor het feest afgewezen.
03
uitdrukken, verwoorden
présenter, annoncer ou exposer des informations, sentiments ou idées
Voorbeelden
Il a décliné son opinion lors de la réunion.
Hij verklaarde zijn mening tijdens de vergadering.
04
verbuigen, veranderen
faire varier un nom, un adjectif ou un pronom selon le cas, le genre ou le nombre
Voorbeelden
Il faut décliner correctement les noms en latin.
Je moet de zelfstandige naamwoorden in het Latijn correct verbuigen.



























