Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le domestique
[gender: masculine]
01
dienaar, huishoudelijk personeel
personne employée pour effectuer des tâches à la maison
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
domestiques
Voorbeelden
La famille emploie un domestique pour aider à la maison.
Het gezin huurt een huishoudelijke hulp in om thuis te helpen.
domestique
01
huishoudelijk, binnenlands
qui appartient à la maison ou concerne la vie à la maison
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
relationeel
niet gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
domestique
mannelijk meervoud
domestiques
vrouwelijk enkelvoud
domestique
vrouwelijk meervoud
domestiques
Voorbeelden
La violence domestique est un problème grave dans de nombreux pays.
Huiselijk geweld is een ernstig probleem in veel landen.
02
huishoudelijk, getemd
qui vit avec l'homme et est apprivoisé
Voorbeelden
Un chien domestique est souvent fidèle à son maître.
Een huisdier hond is vaak trouw aan zijn baasje.



























