Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
diverger
01
uiteenlopen, zich scheiden
s'éloigner les uns des autres ou se séparer
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
diverge
1e persoon meervoud
divergons
1e persoon toekomende tijd
divergerai
onvoltooid deelwoord
divergeant
voltooid deelwoord
divergé
1e persoon meervoud imperfectum
divergions
Voorbeelden
Les branches de l' arbre divergent vers le ciel.
De takken van de boom divergeeren naar de hemel.
02
afwijken, verschillen
s'écarter d'une opinion, d'un point de vue ou d'une direction
Voorbeelden
Leurs points de vue divergent sur la politique.
Hun standpunten lopen uiteen over politiek.



























