Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
dissimuler
01
verbergen, verhullen
mettre quelque chose hors de vue pour qu'on ne le voie pas
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
dissimule
1e persoon meervoud
dissimulons
1e persoon toekomende tijd
dissimulerai
onvoltooid deelwoord
dissimulant
voltooid deelwoord
dissimulé
1e persoon meervoud imperfectum
dissimulions
Voorbeelden
Les enfants dissimulent leurs bonbons pour ne pas les partager.
De kinderen verbergen hun snoepjes om ze niet te delen.
02
verbergen, verhullen
cacher quelque chose ou le garder secret
Voorbeelden
Les voleurs ont dissimulé les bijoux dans un endroit sûr.
De dieven verborgen de sieraden op een veilige plek.



























