Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
diluer
01
verdunnen, aanlengen
ajouter de l'eau ou un autre liquide pour rendre quelque chose plus liquide ou moins fort
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
dilue
1e persoon meervoud
diluons
1e persoon toekomende tijd
diluerai
voltooid deelwoord
dilué
1e persoon meervoud imperfectum
diluions
Voorbeelden
Le médecin lui a conseillé de diluer le jus de fruit.
De arts adviseerde haar om het vruchtensap te verdunnen.
02
verdunnen, verzwakken
réduire l'intensité d'une idée, d'une action ou d'un effet.
Voorbeelden
Cette décision dilue son autorité.
Dit besluit verwatert zijn autoriteit.



























