Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le dieu
[gender: masculine]
01
god, godheid
être suprême vénéré dans une religion
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
dieux
Voorbeelden
La foi en un dieu unique est centrale dans le christianisme.
Het geloof in één god is centraal in het christendom.
02
God, het Opperwezen
être suprême unique vénéré dans le monothéisme
Voorbeelden
La foi en Dieu guide ses actions.
Het geloof in God leidt zijn handelingen.



























