Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
diffuser
01
uitzenden, verspreiden
faire connaître ou transmettre une émission, une information ou un message au public
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
diffuse
1e persoon meervoud
diffusons
1e persoon toekomende tijd
diffuserai
onvoltooid deelwoord
diffusant
voltooid deelwoord
diffusé
1e persoon meervoud imperfectum
diffusions
Voorbeelden
Ils vont diffuser le match en direct.
Zij zullen de wedstrijd live uitzenden.



























