contracter
01
ondertekenen, een contract aangaan
établir un accord officiel ou signer un contrat
Voorbeelden
Ils ont contracté un accord pour la livraison.
Ze hebben een overeenkomst voor de levering gesloten.
02
samentrekken, verkleinen
rendre plus petit ou plus serré
Voorbeelden
La corde se contracte quand elle est mouillée.
Het touw trekt samen als het nat wordt.
03
oplopen, krijgen
attraper une maladie ou une infection
Voorbeelden
Le patient a contracté la maladie lors de son voyage.
De patiënt liep de ziekte op tijdens zijn reis.



























