Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
contracter
01
ondertekenen, een contract aangaan
établir un accord officiel ou signer un contrat
Voorbeelden
Ils ont contracté un accord pour la livraison.
Ze hebben een overeenkomst voor de levering gesloten.
02
samentrekken, verkleinen
rendre plus petit ou plus serré
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
onscheidbaar
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
contracte
1e persoon meervoud
contractons
1e persoon toekomende tijd
contracterai
voltooid deelwoord
contracté
1e persoon meervoud imperfectum
contractions
Voorbeelden
La corde se contracte quand elle est mouillée.
Het touw trekt samen als het nat wordt.
03
oplopen, krijgen
attraper une maladie ou une infection
Voorbeelden
Le patient a contracté la maladie lors de son voyage.
De patiënt liep de ziekte op tijdens zijn reis.



























