Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La construction
01
bouw, constructie
action de bâtir un bâtiment, une route, etc.
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
construction
Voorbeelden
La construction de l'école va commencer en juin.
De bouw van de school zal in juni beginnen.
02
constructie, structuur
façon d'organiser les mots dans une phrase ou une expression
Voorbeelden
Cette construction de phrase est correcte.
Deze constructie van de zin is correct.
Lexicale Boom
reconstruction
construction
construct



























