Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le chaton
[gender: masculine]
01
katje, kleine kat
petit du chat
Voorbeelden
Un chaton est né cette semaine chez l' éleveur.
Een kitten is deze week geboren bij de fokker.
02
kwast, knop
petite touffe de poils ou de fibres, bourgeon de certaines plantes
Voorbeelden
Les chatons des plantes sont fragiles.
De knoppen van de planten zijn broos.
03
katje, katje
inflorescence longue et pendante de certaines plantes
Voorbeelden
Un chaton se balance doucement dans le vent.
Een chaton wiegt zachtjes in de wind.
04
zetting, montuur
sertissage ou monture qui maintient une pierre précieuse ou perle sur une bague ou un bijou
Voorbeelden
Elle a choisi un chaton en or pour sa pierre précieuse.
Ze koos een gouden chaton voor haar edelsteen.



























