Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
bénéficier
01
profiteren van, genieten van
avoir un avantage ou une aide que l'on reçoit
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
sterk
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
bénéficie
1e persoon meervoud
bénéficions
1e persoon toekomende tijd
bénéficierai
onvoltooid deelwoord
bénéficiant
voltooid deelwoord
bénéficié
1e persoon meervoud imperfectum
bénéficiions
Voorbeelden
Elle bénéficie de l' expérience de ses collègues.
Zij profiteert van de ervaring van haar collega's.



























