Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Le bébé
01
baby, peuter
très jeune enfant, généralement de la naissance à deux ans
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
bébés
Voorbeelden
Le bébé dort dans son berceau.
De baby slaapt in zijn wieg.
02
baby, kinderachtig persoon
quelqu'un qui se comporte comme un petit enfant
Voorbeelden
Arrête de pleurer pour rien, tu fais le bébé !
Stop met huilen om niets, je doet de baby!
03
baby, jong
petit d'un animal, souvent utilisé de manière affectueuse ou générale
Voorbeelden
Le bébé suit sa mère partout.
De baby volgt zijn moeder overal.



























