Le bar
[gender: masculine]
01
bar, café
établissement où l'on sert des boissons alcoolisées
Voorbeelden
Il travaille comme serveur dans un bar.
Hij werkt als ober in een bar.
02
zeebaars, wolfsbaars
poisson de mer apprécié pour sa chair, souvent pêché en Méditerranée
Voorbeelden
Le chef prépare un bar grillé pour le dîner.
De chef bereidt een gegrilde zeebaars voor het diner.



























