attaquer
Pronunciation
/atake/

Definitie en betekenis van "attaquer"in het Frans

attaquer
01

aanvallen, bestormen

aller contre quelqu'un ou quelque chose pour lui faire du mal
attaquer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
attaque
1e persoon meervoud
attaquons
1e persoon toekomende tijd
attaquerai
onvoltooid deelwoord
attaquant
voltooid deelwoord
attaquƩ
1e persoon meervoud imperfectum
attaquions
Voorbeelden
Il a attaquƩ l' homme sans raison.
Hij viel de man zonder reden aan.
02

aanpakken, beginnen met het oplossen van

commencer Ć  essayer de faire quelque chose de difficile
attaquer definition and meaning
Voorbeelden
Elle a dƩcidƩ de s' attaquer Ơ ses peurs.
Ze besloot haar angsten aan te vallen.
03

beginnen, aanvangen

commencer une action ou un travail, souvent difficile
attaquer definition and meaning
Voorbeelden
Elle s' attaque enfin Ơ l' Ʃcriture de son roman.
Ze pakt eindelijk het schrijven van haar roman aan.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store