attaquer
a
a
a
tta
ta
ta
quer
ke
ke
attacherattƩnuerattarderattabler

Definitie en betekenis van "attaquer"in het Frans

attaquer
01

aanvallen, bestormen

aller contre quelqu'un ou quelque chose pour lui faire du malĀ 
attaquer definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
attaque
1e persoon meervoud
attaquons
1e persoon toekomende tijd
attaquerai
onvoltooid deelwoord
attaquant
voltooid deelwoord
attaquƩ
1e persoon meervoud imperfectum
attaquions
Voorbeelden
Le tigre a attaqué sa proie dans la jungle. 

De tijger viel zijn prooi aan in de jungle.

02

aanpakken, beginnen met het oplossen van

commencer Ć  essayer de faire quelque chose de difficileĀ 
attaquer definition and meaning
Voorbeelden
Le gouvernement veut s'attaquer au problème du chÓmage. 

De regering wil het probleem van werkloosheid aanpakken.

03

beginnen, aanvangen

commencer une action ou un travailĀ , souvent difficileĀ 
attaquer definition and meaning
Voorbeelden
Il s'est attaqué à la lecture du livre hier soir. 

Hij begon aan het lezen van het boek gisteravond.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store