Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
boog, pijlboog
arme constituée d'une pièce courbe permettant de lancer des flèches
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
arcs
Voorbeelden
L' arc en bois était décoré de symboles anciens.
De houten boog was versierd met oude symbolen.
02
boog, kromme
ligne courbe formant une partie d'un cercle ou d'une autre figure
Voorbeelden
L' arc supérieur de la fenêtre est décoré.
De bovenste boog van het raam is versierd.
03
boog, gewelf
structure en forme de courbe utilisée en architecture pour soutenir un poids
Voorbeelden
Ils ont rénové l' arc qui soutient le toit.
Ze hebben de boog die het dak ondersteunt gerenoveerd.



























