préservationpromenade
van 10
préservationpromenade
préservation[n]

behoud,bescherming

préserver[v]

bewaren,behouden

président[n]

president,staatshoofd

présidentiel[adj]

presidentieel,van de president

presse[n]

pers,media

presse écrite[n]
presse spécialisée[n]
presse-agrumes[n]

citruspers,sinaasappelpers

presse-ail[n]

knoflookpers,knoflookpers

presse-citron[n]

citruspers,pers voor citrusvruchten

presser[v]

onder druk zetten,dringen

pressing[n]

stomerij,droogkuis

pression[n]

druk,stress

prestation[n]

dienst,dienstverlening

prestige[n]
prestigieux[adj]
présumer[v]
prêt[adj][n]

klaar,voorbereid • lening,krediet

prêt-à-porter[n]

confectiekleding,kant-en-klaar kleding

prête-plume[n]

ghostwriter,schaduwschrijver

prétendre[v]

opeisen,beweren

prétentieux[adj]

verwaand,arrogant

prétention[n]

aanspraak,eis

prêter[v]

lenen

prêter à confusion[phrase]
prêtre[n]

priester,pastoor

preuve[n]

bewijs,getuigenis

prévaloir[v]
prévenant[adj]

attent,zorgzaam

prévenir[v]

waarschuwen,informeren

prévention[n]

preventie,preventieve maatregel

prévision[n]

voorspelling,prognose

prévoir[v]

voorspellen,prognosticeren

prier[v]

bidden,smeken

prière[n]

gebed,smeekbede

primate[n]

primaat,primaat

prime[n]

premie,bonus

primo[adv]
primordial[adj]

essentieel,fundamenteel

principal[adj][n]

hoofd,belangrijkste • directeur,schoolhoofd

principalement[adv]
principe[n]

principe,grondregel

printemps[n]

lente,lenteseizoen

priorité[n]

prioriteit,voorrang

prise[n]

verovering

prise de courant[n]
prise de sang[n]

bloedtest,bloedafname

prisme[n]

prisma,prisma

prison[n]

gevangenis,cel

privatisation[n]

privatisering

privatiser[v]

privatiseren

privé[adj]

privé,persoonlijk

prix[n]

prijs,waarde

probable[adj]

waarschijnlijk,mogelijk

probablement[adv]

waarschijnlijk

problématique[n]
procès[n]

proces,rechtszaak

procès-verbal[n]

boete,bon

processeur[n]
prochain[adj][n]

volgende,komende • naaste,medemens

prochainement[adv]
proche[adj][n]

nabij,aangrenzend • familielid,verwant

procuration[n]

volmacht,procuratie

procurer[v]

verkrijgen,bemachtigen

procureur[n]
producteur[n]

producent,maker

production[n]

productie

productivité[n]

productiviteit,productieve efficiëntie

produire[v]

produceren,fabriceren

produit[n]

product,artikel

produit laitier[n]

zuivelproduct

produits frais[n]

verse producten,verse levensmiddelen

professeur[n]

leraar,docent

profession[n]

beroep,werk

professionnel[adj]

professioneel,beroepsmatig

profil[n]

profiel,beschrijving

profit[n]

winst,voordeel

profiter[v]

profiteren,gebruikmaken van

profond[adj]

diep,diepgaand

profondément[adv]
profondeur[n]

diepte,diep

profusion[n]
progéniture[n]
programme[n][v]

programma,plan • programmeren,plannen

programme d'échange[n]
progrès[n]

vooruitgang,ontwikkeling

progresser[v]

vooruitgaan,verbeteren

progressif[adj]
progression[n]

vooruitgang,vordering

prohibitif[adj]

verbiedend,onbetaalbaar

proie[n]

prooi,slachtoffer

projecteur[n]

spotlicht,projector

projection[n]

vertoning

projet[n]

project,plan

projeter[v]

plannen,projecteren

proliférer[v]

zich vermenigvuldigen,zich snel vermenigvuldigen

prologue[n]

proloog,inleiding

prolongement[n]

verlenging,uitbreiding

prolonger[v]

verlengen,verlengen

promenade[n]

wandeling,ommetje

LanGeek
Download de App