Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
suscitar
01
opwekken, veroorzaken
provocar o generar una reacción, sentimiento, duda o interés
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
suscito
3e persoon enkelvoud
suscita
onvoltooid deelwoord
suscitando
onvoltooid verleden tijd
suscitó
voltooid deelwoord
suscitado
Voorbeelden
La noticia suscitó preocupación.
Het nieuws wekte bezorgdheid.



























