Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
sobrevolar
01
overvliegen, overvliegen
volar por encima de un lugar o superficie sin aterrizar
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
sobrevuelo
3e persoon enkelvoud
sobrevuela
onvoltooid deelwoord
sobrevolando
onvoltooid verleden tijd
sobrevoló
voltooid deelwoord
sobrevolado
Voorbeelden
Una bandada de aves sobrevolaba el lago.
Een zwerm vogels vloog over het meer.



























