Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
agudizar
01
verslechteren, verergeren
volverse más intenso o grave un síntoma, enfermedad o situación
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
agudizo
3e persoon enkelvoud
agudiza
onvoltooid deelwoord
agudizando
onvoltooid verleden tijd
agudizó
voltooid deelwoord
agudizado
Voorbeelden
El dolor se agudizó durante la noche.
De pijn verergerde gedurende de nacht.



























