Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
apañar
01
repareren, oplossen
arreglar o solucionar algo de manera práctica y rápida
Voorbeelden
Me apañaron la chaqueta antes del viaje.
Ze hebben mijn jas voor de reis gerepareerd.
02
klaarkomen, redden
arreglárselas o desenvolverse con los medios disponibles
Voorbeelden
¿ Te apañas sin ayuda?
Red je het zonder hulp ?



























