Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
presenciar
01
bijwonen, getuige zijn van
estar presente y ver u oír algo que sucede, especialmente un evento importante o un delito
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
presencio
3e persoon enkelvoud
presencia
onvoltooid deelwoord
presenciando
onvoltooid verleden tijd
presenció
voltooid deelwoord
presenciado
Voorbeelden
La cámara presenció lo que ningún ojo humano vio.
De camera was getuige van wat geen menselijk oog zag.



























