surfear
sur
suɾ
soor
fear
ˈfeaɾ
fear
emigrarcalamaracertarenfocar

Definitie en betekenis van "surfear"in het Spaans

surfear
01

surfen, rondneuzen

navegar por internet de forma recreativa, visitando diferentes sitios web sin un objetivo fijo 
surfear definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
surfeo
3e persoon enkelvoud
surfea
onvoltooid deelwoord
surfeando
onvoltooid verleden tijd
surfeó
voltooid deelwoord
surfeado
Voorbeelden
Me gusta surfear por internet los domingos por la mañana con un café en la mano. 

Ik houd ervan om op zondagochtend met een kopje koffie in mijn hand op internet te surfen.

02

surfen

practicar el deporte del surf 
surfear definition and meaning
Voorbeelden
Aprendieron a surfear durante su viaje a Hawaii. 

Ze leerden surfen tijdens hun reis naar Hawaï.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store