Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
posar
01
neerstrijken, landen
apoyarse o situarse suavemente sobre una superficie
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
bewegingswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
poso
3e persoon enkelvoud
posa
onvoltooid deelwoord
posando
onvoltooid verleden tijd
posó
voltooid deelwoord
posado
Voorbeelden
El ave se posó sobre la ventana de la casa.
De vogel zette zich neer op het raam van het huis.
02
poseren, stil staan
permanecer quieto para que alguien pueda dibujar o pintar tu imagen
Voorbeelden
El artista pidió que posara de perfil.
De kunstenaar vroeg hem om in profiel te poseren.



























