Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
El router
01
router
dispositivo que distribuye la conexión de internet a varios equipos
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
routers
Voorbeelden
El técnico instaló el router junto al televisor.
De technicus heeft de router naast de televisie geïnstalleerd.



























