Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
ensamblar
01
assembleren
unir piezas para formar un objeto completo
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
ensamblo
3e persoon enkelvoud
ensambla
onvoltooid deelwoord
ensamblando
onvoltooid verleden tijd
ensambló
voltooid deelwoord
ensamblado
Voorbeelden
Ayúdame a ensamblar esta estantería.
Help me deze boekenkast in elkaar te zetten.



























