Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
ocupar
01
bezetten
llenar un espacio o emplear tiempo en una actividad
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
ocupo
3e persoon enkelvoud
ocupa
onvoltooid deelwoord
ocupando
onvoltooid verleden tijd
ocupó
voltooid deelwoord
ocupado
Voorbeelden
El sofá ocupa mucho espacio en la sala.
De bank neemt veel ruimte in beslag in de woonkamer.
02
bezitten, bezetten
desempeñar o cubrir un puesto o cargo vacante
Voorbeelden
Ella ocupó el puesto tras la renuncia del gerente.
Zij vervulde de functie na het ontslag van de manager.



























