Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
mostrar
01
tonen
poner algo a la vista de otros para que lo vean
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
1e persoon enkelvoud
muestro
3e persoon enkelvoud
muestra
onvoltooid deelwoord
mostrando
onvoltooid verleden tijd
mostró
voltooid deelwoord
mostrado
Voorbeelden
El artista muestra sus obras cada verano.
De kunstenaar toont zijn werken elke zomer.
02
zich tonen
manifestarse de cierta manera o adoptar una actitud
Voorbeelden
Se muestran optimistas sobre el futuro.
Ze lijken optimistisch over de toekomst.



























