Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
lidiar
01
omgaan met
enfrentarse a problemas o situaciones difíciles
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
lidío
3e persoon enkelvoud
lidía
onvoltooid deelwoord
lidiando
onvoltooid verleden tijd
lidió
voltooid deelwoord
lidiado
Voorbeelden
Tuvimos que lidiar con la lluvia durante el viaje.
We moesten met de regen tijdens de reis omgaan.
02
deelnemen aan het stierenvechten in een arena, de stieren in de arena tegemoet treden
participar en la lucha de toros en una plaza
Voorbeelden
Lidiar requiere destreza y coraje.
Lidiar vereist vaardigheid en moed.



























