Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
incomodar
01
ongemakkelijk maken, lastigvallen
causar una sensación de incomodidad, molestia o desazón física o social
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
1e persoon enkelvoud
incomodo
3e persoon enkelvoud
incomoda
onvoltooid deelwoord
incomodando
onvoltooid verleden tijd
incomodó
voltooid deelwoord
incomodado
Voorbeelden
Su comentario inapropiado incomodó a todos en la mesa.
Zijn ongepaste opmerking maakte ongemakkelijk iedereen aan tafel.



























