Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
El familiar
01
stationwagen, gezinsauto
un automóvil con un gran maletero integrado y puerta trasera
Voorbeelden
Necesitamos un familiar para las vacaciones familiares.
We hebben een stationwagen nodig voor de familievakantie.
02
familielid
un pariente o persona de la misma familia
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
familiares
Voorbeelden
Todos mis familiares vinieron a la celebración.
Al mijn familieleden kwamen naar de viering.
familiar
01
familiaal
relacionado con la familia o adecuado para ella
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
relationeel
niet gradueerbaar
mannelijk enkelvoud
familiar
mannelijk meervoud
familiares
vrouwelijk enkelvoud
familiar
vrouwelijk meervoud
familiares
Voorbeelden
Pasamos un momento familiar muy agradable.
We hebben een zeer aangenaam familie moment doorgebracht.



























