Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La existencia
01
bestaan
hecho de estar vivo o presente en el mundo
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
vrouwelijk
Voorbeelden
El filósofo reflexionaba sobre la existencia humana.
De filosoof dacht na over het menselijk bestaan.
02
leven, bestaan
forma de vivir o periodo de vida de una persona
Voorbeelden
Decidió cambiar su existencia tras el accidente.
Hij besloot zijn bestaan te veranderen na het ongeluk.



























